« Visie van de zorginstellingen op het gebied van digitalisering » – 10 februari 2026

Op dinsdag 10 februari 2026 organiseerde het project SynDigitalPro een grensoverschrijdend seminarie met als titel « Visie van de zorginstellingen op het gebied van digitalisering ». De dag vond plaats in het kader van module 2 van het SynDigitalPro-programma, gewijd aan de verkenning van digitale praktijken in zorginstellingen en de opbouw van een gemeenschappelijke visie op het ziekenhuis van de toekomst.

Dit seminarie had als ambitie de hefbomen voor digitale transformatie, de evolutieperspectieven voor de horizon van 2050 en de uitdagingen rond de ethiek van kunstmatige intelligentie in de gezondheidszorg te identificeren. Drie instellingen kwamen hun respectieve aanpak toelichten, getuigend van de diversiteit aan benaderingen en innovaties om prestatie, menselijkheid en vertrouwen in de zorg te verzoenen.

Na een koffieontvangst om 9u30 begon de dag met een openingswoord en een openingspresentatie verzorgd door Valérie De Vos, Directrice Zorg, Coördinatie, Transversale Projecten en Ziekenhuispartnerschappen bij CSD Mons – Henegouwen Picarde. Haar tussenkomst schetste het kader van het seminarie door de centrale vraag te stellen: hoe staan zorginstellingen vandaag tegenover digitalisering, en welke visie dragen zij voor morgen?

Om 10u15 opende Jean-Paul Delmeire, COO van OZConsulting, de werkzaamheden met een uiteenzetting gewijd aan de ethiek van kunstmatige intelligentie in de gezondheidszorg, gearticuleerd rond het wettelijk en deontologisch kader dat van toepassing is op beoefenaars en instellingen.

Jean-Paul Delmeire stelde meteen het structurerende principe van zijn betoog: AI moet leiden tot een versterkte geneeskunde, niet een vervangen geneeskunde. Hij introduceerde het begrip SIADM (Systeem van AI voor Medische Diagnostiek), gedefinieerd als een medisch hulpmiddel dat algoritmen gebruikt om voorspellingen of aanbevelingen te genereren. Tegenover dit nieuwe instrument benadrukte hij de onherleidbare complementariteit tussen algoritmisch denken (verwerking van massale gegevens, probabilistische correlaties, risicoberekening) en het globale denken van de clinicus (betekenisgeving, klinische causaliteit, rekening houden met de levenscontext en de onzekerheid). Zoals hij het verwoordde: « AI verwerkt de gegevens; de beoefenaar geeft er betekenis aan. »

De spreker ontwikkelde vervolgens de vijf ethische pijlers van AI in de gezondheidszorg die evenveel validatiecriteria vormen voor de implementatie van elk AI-systeem in de medische praktijk: weldadigheid (bewezen klinisch voordeel), niet-schadelijkheid (veiligheid en foutbeheer), rechtvaardigheid (toegankelijkheid en non-discriminatie), autonomie (van de patiënt en de arts) en milieubewustzijn (milieu-impact van de berekening).

Over de kwestie van niet-schadelijkheid vestigde Jean-Paul Delmeire de aandacht op het risico van « incidentalomen » — toevallige bevindingen die door AI worden gegenereerd en angst en onnodige overbehandeling kunnen veroorzaken. Wat betreft autonomie pleitte hij tegen elke vorm van « algoritmisch bestuur »: de arts moet de beslissing in handen blijven houden, in staat om « nee » te zeggen tegen de aanbeveling van de machine als de klinische context dat vereist. Voor de patiënt betekent dit het bewaren van een geïnformeerde toestemming tegenover een « zwarte doos ».

De tussenkomst behandelde ook het regelgevingslandschap, gestructureerd op twee niveaus: op Europees niveau legt de AI Act (RIA) AI’s in op basis van risico en legt eisen op inzake robuustheid en gegevenskwaliteit; op nationaal niveau legt de Bioëthiekwet 2021 (Art. L.4001-3 CSP) de nadruk op patiëntinformatie en menselijk toezicht. Jean-Paul Delmeire herinnerde aan het fundamentele principe van de « menselijke garantie »: geen enkele medische beslissing kan worden genomen op de enige basis van een algoritmische verwerking. De beoefenaar is verplicht het resultaat te valideren en de klinische logica van de AI te begrijpen.

De spreker waarschuwde ook voor de automatiseringsbias — de psychologische neiging om de machine te vertrouwen uit cognitief gemak of perceptie van objectiviteit — die een fout vormt in het licht van de AI Act (Art. 14), die gebruikers verplicht in staat te zijn het functioneren van het systeem te bewaken en het resultaat te negeren of om te keren. Over de kwestie van de verantwoordelijkheid maakte hij duidelijk onderscheid tussen de leverancier (industrieel), verantwoordelijk voor de technische conformiteit en de CE-markering, en de inzetter (arts of ziekenhuis), verantwoordelijk voor het gebruik, de naleving van de gebruiksaanwijzing, het menselijk toezicht en de uiteindelijke beslissing. Hij besloot: « AI wist de verantwoordelijkheid niet uit. Een AI gebruiken zonder kritische geest is een fout. »

Jean-Paul Delmeire sloot zijn tussenkomst af met een checklist voor ethische inzet voor beoefenaars, gearticuleerd rond vijf vragen: beschikt het medisch hulpmiddel over de geldige CE-markering voor deze indicatie? Is de gebruiksaanwijzing gelezen en zijn de beperkingen begrepen? Is de patiënt geïnformeerd over het gebruik van AI? Is het resultaat zonder vooroordelen herzien? Behoort de uiteindelijke beslissing wel degelijk toe aan de arts? Deze tussenkomst vormde een gemeenschappelijke deontologische basis voor alle uitwisselingen van de dag.

Om 10u35 begon de rondetafel « Visie van de zorginstellingen op het gebied van digitalisering », geleid door Jean-Paul Delmeire als moderator. Zes instellingen of organisaties namen het woord, elk presenteerde in tien minuten zijn situatie, zijn hulpmiddelen en zijn visie op digitalisering.

Loïc Torosani, Verantwoordelijke van de dienst Digitale Gezondheid bij de ARS Hauts-de-France, lichtte de territoriale dynamiek van de uitrol van digitale gezondheid aan de Franse kant toe, met nadruk op de coördinatie-inspanningen tussen actoren en de uitdagingen van de interoperabiliteit van systemen.

Mickaël Daubie, Directeur-generaal van de Dienst Gezondheidszorg bij het INAMI (België), behandelde het regelgevingsperspectief en de rol van verzekeringsorganen bij de begeleiding van de digitale transformatie, met name wat betreft de financiële dekking van digitale hulpmiddelen.

Jacques Godart, Hoofd van het departement Gezondheidsontwikkeling bij CHwapi, presenteerde de lopende digitaliseringsprojecten in zijn instelling, met nadruk op het belang van het meenemen van de zorgteams in de aanpak en het koppelen van digitale hulpmiddelen aan klinische praktijken.

Lieselot Cool, Datamanager bij AZ Oostende, getuigde van de ervaring van haar instelling op het gebied van gegevensbeheer, analyse en valorisering van gezondheidsinformatie om de zorgverlening aan patiënten te verbeteren.

Bart Dewaele, CEO van VZW De Lindeboom, illustreerde de realiteit van digitalisering in een kleinere structuur en wees op de praktische obstakels — personeelsmiddelen, budgetten, begeleiding bij verandering — waarmee kleine en middelgrote instellingen worden geconfronteerd.

Christelle Jobert en Michael Hantz, van LRS – Hôpital Villiers Saint Denis (Frankrijk), presenteerden de innovatieve initiatieven van hun instelling, met name de integratie van ondersteuningstechnologieën en teleconsultatie in de zorgpaden, en het belang van het combineren van klinische expertise en technologische vaardigheden.

Het debatgedeelte maakte het vervolgens mogelijk om collectief verschillende grote thema’s te verdiepen. De uitwisselingen gingen over de visie op lange termijn van instellingen en de nodige ontwikkelingen om die te bereiken, de grote uitdagingen op het gebied van digitalisering (interoperabiliteit, cyberbeveiliging, opleiding van teams), en de uitdagingen voor de zorgverlening aan patiënten: tijdwinst, kwaliteit van de zorg, de rol van de mens in een steeds meer geautomatiseerd systeem.

De vraag over de humanisering of ontmenselijking van de geneeskunde op de horizon van 2050 gaf aanleiding tot levendige discussies: zal er nog een plaats zijn voor de patiënt-zorgverlener relatie zoals we die vandaag kennen? De deelnemers debatteerden ook over de impact op het zorgpersoneel — tijdwinst bij de patiënt, mogelijke personeelsvermindering, evolutie en verdwijning van bepaalde beroepen ten gunste van nieuwe profielen — evenals de voorwaarden voor een nationaal beleid voor digitale gezondheidszorg coherent en rechtvaardig.

De vraag over de kosten van deze nieuwe hulpmiddelen en hun dekking liep door alle uitwisselingen heen, evenals die over de digitale kloof — tussen patiënten, tussen professionals en tussen instellingen — en de middelen om dit te verhelpen. De permanente vorming van zorgprofessionals in digitale hulpmiddelen en de bijdrage van digitalisering aan de aantrekkelijkheid van de beroepen werden ook aan de orde gesteld.

De werkzaamheden steunden met name op de thema’s van het Digital Competence Framework (DigComp) van de Europese Commissie, met betrekking tot competenties in generatieve AI, cyberbeveiliging, digitale rechten en verantwoordelijkheden, welzijn in digitale omgevingen en de strijd tegen desinformatie.

Om 12u50 werd de dag afgesloten met een conclusie over de begeleiding van verandering gedragen door het Rode Kruis. Deze tussenkomst herinnerde eraan dat de digitale transformatie alleen kan slagen met een sterke menselijke begeleiding, aandachtig voor weerstanden en ongelijkheden, en gericht op de werkelijke behoeften van zowel zorgverleners als de begeleiden personen.

Dit seminarie bracht een brede consensus aan het licht over de noodzaak om toe te werken naar een verantwoorde, ethische en persoonsgerichte digitalisering. De verzamelde bijdragen zullen de werkzaamheden van het project SynDigitalPro voeden, met het oog op de uitwerking van aanbevelingen en innovatieve maatregelen ten dienste van een geneeskunde die tegelijk technologisch en diep menselijk is.